Heeft u tijdens het hardlopen last van pijn aan de buitenkant van de knie? Zeker wanneer de pijn steeds na een bepaalde afstand ontstaat en vervolgens erger wordt, kan er sprake zijn van een lopersknie. De medische naam hiervoor is het iliotibiale band syndroom (ITBS), ook wel runnersknee (lopersknie) genoemd.
ITBS is een veelvoorkomende overbelastingsklacht bij hardlopers en wielrenners. De klachten ontstaan meestal geleidelijk en zijn vaak goed te behandelen. Daarbij is het belangrijk om niet alleen naar de pijnlijke knie te kijken, maar ook naar de belasting, spierkracht en manier van bewegen.
Bij een iliotibiaal band syndroom ontstaat pijn aan de buitenzijde van de knie, meestal ter hoogte van het uitstekende bot aan de buitenkant van het bovenbeen. De pijn wordt vooral merkbaar tijdens activiteiten waarbij de knie steeds opnieuw buigt en strekt. Bij hardlopers ontstaat de pijn bijvoorbeeld pas na enkele kilometers. Naarmate u doorgaat, kan de pijn toenemen. In rust neemt de klacht vaak weer af.
De iliotibiale band, ook wel de tractus iliotibialis genoemd, is een stevige bindweefselstructuur die aan de buitenzijde van het bovenbeen loopt. De structuur begint ter hoogte van de heup en loopt door richting de buitenzijde van de knie. Verschillende spieren rondom de heup zijn ermee verbonden.
De iliotibiale band helpt bij het stabiliseren en controleren van het been tijdens onder andere lopen, hardlopen en staan.
Vroeger werd vaak uitgelegd dat de iliotibiale band tijdens het buigen en strekken van de knie steeds over het bot heen en weer zou schuiven. Dit werd gezien als een soort frictieprobleem. Inmiddels weten we dat deze verklaring waarschijnlijk te simpel is. Bij het iliotibiaal band syndroom lijkt vooral de druk op het weefsel aan de buitenzijde van de knie een belangrijke rol te spelen. Deze druk kan toenemen bij bepaalde kniehoeken, vooral wanneer de knie ongeveer 20 tot 30 graden gebogen is.
Wanneer dezelfde beweging duizenden keren wordt herhaald, zoals tijdens een lange hardloopsessie, kan het weefsel geïrriteerd raken. Het iliotibiaal band syndroom heeft daarom meestal niet één duidelijke oorzaak. Vaak gaat het om een combinatie van belasting en belastbaarheid, waarbij ook kracht, bewegingscontrole en trainingsopbouw een rol kunnen spelen.
Een veelvoorkomende aanleiding is een verandering in de trainingsbelasting. Denk bijvoorbeeld aan:
Het probleem is daarbij niet noodzakelijk dat u te veel sport. Het kan vooral gaan om een te snelle verandering ten opzichte van wat uw lichaam gewend is.
De spieren rondom de heup helpen het bovenbeen tijdens het hardlopen te controleren. Wanneer kracht, uithoudingsvermogen of controle onvoldoende zijn, kan het bovenbeen tijdens het landen en afzetten anders bewegen. Daardoor kan de belasting op de structuren aan de buitenzijde van de knie toenemen.
Dit betekent niet dat zwakke heupspieren dé oorzaak van ITBS zijn. Het is één van de factoren die bij sommige mensen een rol kan spelen.
Ook de manier waarop u beweegt kan van invloed zijn. Daarom kijken we bij een fysiotherapeutisch onderzoek niet alleen naar de knie, maar naar de hele bewegingsketen van voet en enkel via knie en heup naar het bekken en de romp.
Ook factoren zoals de stand van de voet, pronatie en de manier waarop iemand loopt of fietst kunnen worden meegenomen in de beoordeling. Deze factoren zijn echter niet automatisch de oorzaak van de klachten.
Er bestaat geen enkele test waarmee een lopersknie met volledige zekerheid kan worden vastgesteld. De diagnose wordt daarom vooral gebaseerd op het verhaal van de patiënt en lichamelijk onderzoek.
Een fysiotherapeut kijkt onder andere naar:
Specifieke testen, zoals de Noble-test en Renne-test, kunnen onderdeel zijn van het onderzoek. Ook functionele bewegingen zoals een squat op één been, opstappen en afstappen kunnen informatie geven. Bij hardlopers kan een loopanalyse helpen om te beoordelen hoe het been, bekken en de romp tijdens het hardlopen bewegen.
Pijn aan de buitenzijde van de knie kan ook andere oorzaken hebben. Denk bijvoorbeeld aan een probleem van de meniscus, een knieband, een pees, het kraakbeen of het gewricht tussen het kuitbeen en scheenbeen.
Een goede beoordeling is daarom belangrijk, zeker wanneer de klachten niet passen bij het typische beeld van ITBS of onvoldoende verbeteren.
Afspraak makenDe behandeling van ITBS richt zich vooral op twee zaken: de irritatie verminderen en de belastbaarheid vergroten.
Als hardlopen duidelijk pijn veroorzaakt, kan het verstandig zijn om tijdelijk minder te lopen of even een andere trainingsvorm te kiezen. Dat betekent meestal niet dat u volledig moet stoppen met bewegen. Vaak zijn activiteiten die weinig of geen klachten geven wel mogelijk. Vervolgens wordt het hardlopen geleidelijk opgebouwd.
Een belangrijk onderdeel van de revalidatie is het trainen van de spieren rondom de heup en romp. Voorbeelden zijn:
De oefeningen worden geleidelijk zwaarder. Uiteindelijk worden ze steeds meer afgestemd op de bewegingen en belasting die bij uw sport horen.
Sterke spieren zijn niet het enige doel. Het gaat er ook om dat u uw spieren tijdens het bewegen goed kunt inzetten. Daarom wordt gekeken naar de controle van de heup, knie, enkel, voet en romp. Vervolgens wordt deze controle steeds meer toegepast in sportspecifieke bewegingen.
Wanneer de klachten voldoende zijn afgenomen, wordt het hardlopen stap voor stap hervat. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar afstand, maar ook naar trainingsfrequentie, snelheid, herstel en eventuele veranderingen in ondergrond of trainingsomgeving. Het uitgangspunt is eenvoudig: de belasting moet geleidelijk worden opgebouwd, zodat het lichaam tijd krijgt om zich aan te passen.
De behandeling van ITBS hoeft niet vooral gericht te zijn op het lokaal behandelen van de iliotibiale band. Intensief rekken of diepe frictiemassage van deze stevige bindweefselstructuur is daarom meestal niet de belangrijkste interventie. De nadruk ligt eerder op belasting aanpassen, kracht opbouwen en de controle en belastbaarheid van het been verbeteren.
Een operatie is bij een lopersknie meestal niet nodig. Alleen wanneer een langdurige conservatieve behandeling onvoldoende resultaat geeft, kan verdere specialistische beoordeling worden overwogen.
Volledige preventie is niet mogelijk, maar u kunt het risico op overbelasting wel verkleinen:
Heeft u terugkerende pijn aan de buitenkant van de knie tijdens het hardlopen, vooral wanneer de pijn steeds op een vergelijkbaar moment in uw training ontstaat? Dan kan het verstandig zijn om de klacht te laten beoordelen.
Een sportfysiotherapeut kan samen met u onderzoeken welke factoren waarschijnlijk een rol spelen en een passend plan maken om de belasting aan te passen en de belastbaarheid weer op te bouwen. Daarbij kan, wanneer relevant, ook worden gekeken naar uw looptechniek, trainingsopbouw of andere factoren die uw herstel beïnvloeden.
Met een gerichte en geleidelijke aanpak kunt u meestal stap voor stap weer toewerken naar het bewegen of sporten dat voor u belangrijk is.
Afspraak maken