• Altijd in de buurt
  • Persoonlijke en betrokken
  • Alle zorgverzekeraars
  • Bewezen effectief      Engels
Lopersknie (ITBS) pijn aan de buitenkant van de knie

Lopersknie (ITBS): wat veroorzaakt pijn aan de buitenkant van de knie?

9.2

Klanten geven ons gemiddeld een 9.2

Gebaseerd op 4665 beoordelingen

Heeft u tijdens het hardlopen last van pijn aan de buitenkant van de knie? Zeker wanneer de pijn steeds na een bepaalde afstand ontstaat en vervolgens erger wordt, kan er sprake zijn van een lopersknie. De medische naam hiervoor is het iliotibiale band syndroom (ITBS), ook wel runnersknee (lopersknie) genoemd.

ITBS is een veelvoorkomende overbelastingsklacht bij hardlopers en wielrenners. De klachten ontstaan meestal geleidelijk en zijn vaak goed te behandelen. Daarbij is het belangrijk om niet alleen naar de pijnlijke knie te kijken, maar ook naar de belasting, spierkracht en manier van bewegen.

 

Wat is een lopersknie?

Bij een iliotibiaal band syndroom ontstaat pijn aan de buitenzijde van de knie, meestal ter hoogte van het uitstekende bot aan de buitenkant van het bovenbeen. De pijn wordt vooral merkbaar tijdens activiteiten waarbij de knie steeds opnieuw buigt en strekt. Bij hardlopers ontstaat de pijn bijvoorbeeld pas na enkele kilometers. Naarmate u doorgaat, kan de pijn toenemen. In rust neemt de klacht vaak weer af.

De iliotibiale band, ook wel de tractus iliotibialis genoemd, is een stevige bindweefselstructuur die aan de buitenzijde van het bovenbeen loopt. De structuur begint ter hoogte van de heup en loopt door richting de buitenzijde van de knie. Verschillende spieren rondom de heup zijn ermee verbonden.

De iliotibiale band helpt bij het stabiliseren en controleren van het been tijdens onder andere lopen, hardlopen en staan.

 

Hoe ontstaat ITBS?

Vroeger werd vaak uitgelegd dat de iliotibiale band tijdens het buigen en strekken van de knie steeds over het bot heen en weer zou schuiven. Dit werd gezien als een soort frictieprobleem. Inmiddels weten we dat deze verklaring waarschijnlijk te simpel is. Bij het iliotibiaal band syndroom lijkt vooral de druk op het weefsel aan de buitenzijde van de knie een belangrijke rol te spelen. Deze druk kan toenemen bij bepaalde kniehoeken, vooral wanneer de knie ongeveer 20 tot 30 graden gebogen is.

Wanneer dezelfde beweging duizenden keren wordt herhaald, zoals tijdens een lange hardloopsessie, kan het weefsel geïrriteerd raken. Het iliotibiaal band syndroom heeft daarom meestal niet één duidelijke oorzaak. Vaak gaat het om een combinatie van belasting en belastbaarheid, waarbij ook kracht, bewegingscontrole en trainingsopbouw een rol kunnen spelen.

 

Welke factoren vergroten de kans op een lopersknie?

Een plotselinge toename van belasting

Een veelvoorkomende aanleiding is een verandering in de trainingsbelasting. Denk bijvoorbeeld aan:

  • ineens meer kilometers hardlopen;
  • langere duurlopen;
  • vaker trainen;
  • een snelle trainingsopbouw na een periode van rust;
  • veel heuveltraining;
  • trainen op een baan of schuin aflopende ondergrond.

Het probleem is daarbij niet noodzakelijk dat u te veel sport. Het kan vooral gaan om een te snelle verandering ten opzichte van wat uw lichaam gewend is.

Kracht en controle van de heup

De spieren rondom de heup helpen het bovenbeen tijdens het hardlopen te controleren. Wanneer kracht, uithoudingsvermogen of controle onvoldoende zijn, kan het bovenbeen tijdens het landen en afzetten anders bewegen. Daardoor kan de belasting op de structuren aan de buitenzijde van de knie toenemen.

Dit betekent niet dat zwakke heupspieren dé oorzaak van ITBS zijn. Het is één van de factoren die bij sommige mensen een rol kan spelen.

Bewegingspatroon

Ook de manier waarop u beweegt kan van invloed zijn. Daarom kijken we bij een fysiotherapeutisch onderzoek niet alleen naar de knie, maar naar de hele bewegingsketen van voet en enkel via knie en heup naar het bekken en de romp.

Ook factoren zoals de stand van de voet, pronatie en de manier waarop iemand loopt of fietst kunnen worden meegenomen in de beoordeling. Deze factoren zijn echter niet automatisch de oorzaak van de klachten.

 

Hoe wordt ITBS vastgesteld?

Er bestaat geen enkele test waarmee een lopersknie met volledige zekerheid kan worden vastgesteld. De diagnose wordt daarom vooral gebaseerd op het verhaal van de patiënt en lichamelijk onderzoek.

Een fysiotherapeut kijkt onder andere naar:

  • de exacte plaats van de pijn;
  • wanneer de pijn tijdens het sporten ontstaat;
  • het verloop van de klachten;
  • de beweeglijkheid van heup, knie en enkel;
  • de kracht en het uithoudingsvermogen van de heupspieren;
  • de controle van het been tijdens bewegen;
  • uw manier van lopen of hardlopen.

Specifieke testen, zoals de Noble-test en Renne-test, kunnen onderdeel zijn van het onderzoek. Ook functionele bewegingen zoals een squat op één been, opstappen en afstappen kunnen informatie geven. Bij hardlopers kan een loopanalyse helpen om te beoordelen hoe het been, bekken en de romp tijdens het hardlopen bewegen.

 

Niet iedere pijn aan de buitenkant van de knie is ITBS

Pijn aan de buitenzijde van de knie kan ook andere oorzaken hebben. Denk bijvoorbeeld aan een probleem van de meniscus, een knieband, een pees, het kraakbeen of het gewricht tussen het kuitbeen en scheenbeen.

Een goede beoordeling is daarom belangrijk, zeker wanneer de klachten niet passen bij het typische beeld van ITBS of onvoldoende verbeteren.

Afspraak maken

"Een lopersknie is meestal niet alleen een probleem van de knie. De klachten ontstaan vaak door een samenspel van belasting, belastbaarheid en bewegingscontrole"
Jouri van den Broeke - Master Sportfysiotherapeut, aangesloten bij de ADRZ sportkliniek en lid van het Centrum voor Complexe Knie Instabiliteit

Wat kunt u doen aan een runnersknee?

De behandeling van ITBS richt zich vooral op twee zaken: de irritatie verminderen en de belastbaarheid vergroten.

1. Pas de belasting tijdelijk aan

Als hardlopen duidelijk pijn veroorzaakt, kan het verstandig zijn om tijdelijk minder te lopen of even een andere trainingsvorm te kiezen. Dat betekent meestal niet dat u volledig moet stoppen met bewegen. Vaak zijn activiteiten die weinig of geen klachten geven wel mogelijk. Vervolgens wordt het hardlopen geleidelijk opgebouwd.

2. Train kracht en uithoudingsvermogen

Een belangrijk onderdeel van de revalidatie is het trainen van de spieren rondom de heup en romp. Voorbeelden zijn:

  • zijwaarts heffen van het been;
  • bruggetjes;
  • zijwaartse plank;
  • zijwaartse stappen met een weerstandsband;
  • squats op één been;
  • lunges;
  • single-leg deadlifts.

De oefeningen worden geleidelijk zwaarder. Uiteindelijk worden ze steeds meer afgestemd op de bewegingen en belasting die bij uw sport horen.

3. Verbeter de bewegingscontrole

Sterke spieren zijn niet het enige doel. Het gaat er ook om dat u uw spieren tijdens het bewegen goed kunt inzetten. Daarom wordt gekeken naar de controle van de heup, knie, enkel, voet en romp. Vervolgens wordt deze controle steeds meer toegepast in sportspecifieke bewegingen.

4. Bouw het hardlopen rustig op

Wanneer de klachten voldoende zijn afgenomen, wordt het hardlopen stap voor stap hervat. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar afstand, maar ook naar trainingsfrequentie, snelheid, herstel en eventuele veranderingen in ondergrond of trainingsomgeving. Het uitgangspunt is eenvoudig: de belasting moet geleidelijk worden opgebouwd, zodat het lichaam tijd krijgt om zich aan te passen.

 

Wat kunt u beter niet doen?

De behandeling van ITBS hoeft niet vooral gericht te zijn op het lokaal behandelen van de iliotibiale band. Intensief rekken of diepe frictiemassage van deze stevige bindweefselstructuur is daarom meestal niet de belangrijkste interventie. De nadruk ligt eerder op belasting aanpassen, kracht opbouwen en de controle en belastbaarheid van het been verbeteren.

Een operatie is bij een lopersknie meestal niet nodig. Alleen wanneer een langdurige conservatieve behandeling onvoldoende resultaat geeft, kan verdere specialistische beoordeling worden overwogen.

 

Hoe voorkomt u een nieuwe lopersknie?

Volledige preventie is niet mogelijk, maar u kunt het risico op overbelasting wel verkleinen:

  1. Bouw uw trainingsbelasting geleidelijk op.
  2. Verhoog niet tegelijkertijd afstand én trainingsfrequentie.
  3. Zorg voor voldoende herstel tussen zware trainingen.
  4. Neem serieus dat pijn tijdens het hardlopen steeds eerder begint.
  5. Blijf werken aan kracht en controle van uw heup en benen.
  6. Bouw na een blessure stapsgewijs terug naar uw oude niveau.

 

Wanneer is het verstandig om advies te vragen?

Heeft u terugkerende pijn aan de buitenkant van de knie tijdens het hardlopen, vooral wanneer de pijn steeds op een vergelijkbaar moment in uw training ontstaat? Dan kan het verstandig zijn om de klacht te laten beoordelen.

Een sportfysiotherapeut kan samen met u onderzoeken welke factoren waarschijnlijk een rol spelen en een passend plan maken om de belasting aan te passen en de belastbaarheid weer op te bouwen. Daarbij kan, wanneer relevant, ook worden gekeken naar uw looptechniek, trainingsopbouw of andere factoren die uw herstel beïnvloeden.

Met een gerichte en geleidelijke aanpak kunt u meestal stap voor stap weer toewerken naar het bewegen of sporten dat voor u belangrijk is.

Afspraak maken
Geschreven door
Jouri van den Broeke
CMO en Master Sportfysiotherapeut
Specialisaties: Fysiotherapie, Echografie, Medical taping, Orthopedische klachten, Shockwave, Sportfysiotherapie, Sportblessure, Knie, Knie- en heupprothese, Ortho Expert
PMC in Balans Fysiotherapie Jouri van den Broeke

Afspraak maken?

Maak eenvoudig zelf online een afspraak. U kunt ook het contactformulier invullen. Wij nemen dan binnen 24 uur contact met u op.
Of bereik ons telefonisch op werkdagen tussen 08:00-17:00 uur